Beck – Modern Guilt

In het vliegtuig onderweg naar New York begin 2009 ontdekte ik deze plaat uit 2008. Bij transatlantische vluchten heb je een persoonlijke boordcomputer waarin naast de vluchtgegevens ook nieuwe films en cd’s ter consumptie worden aangeboden. Tussen het niet zo spannende aanbod sprong deze plaat er gelijk al tussenuit. Niet enkel omdat ik Beck van naam al wel kende, maar ook omdat de digitale evenknie van de platenhoes mij aansprak.

Inmiddels is Modern Guilt van Beck uitgegroeid tot het selecte gezelschap van mijn favoriete albums. Korte liedjes, niet te ingewikkeld, maar nooit vervelend. En vooral: allemaal goed!  Echt een groeiplaat wil ik het niet noemen, omdat de nummer vrij snel aanslaan. Toch kan het zijn dat je hem een aantal keer moet beluisteren voordat je echt de waardering op kan brengen die het verdient. De melodielijnen zijn pakkend en worden gecombineerd met niet-alledaagse drumpartijen waardoor het geheel interessant en eigen(tijds) klinkt. Zoals gezegd;  Modern Guilt is van het eerste tot het laatste nummer een topplaat en hoort gewoon thuis in je muziekcollectie.

The White Stripes – Under Great White Northern Lights (DVD)

Op 7 februari van dit jaar nam mijn vader mij mee naar de Vera in Groningen, waar in kader van het International Film Festival Rotterdam de muziekdocumentaire Under Great White Northern Lights werd vertoond. Een productie van Emmett Malloy uit 2009. Met het schaamrood op mijn kaken moet ik bekennen dat ik de muziek van The White Stripes vóór het zien van deze film eigenlijk niet goed kende. Slechts de singles “Seven Nation Army” en “My Doorbell” waren voor mij bekend. Eerstgenoemde werkte bij het luisteren nogal op mijn zenuwen. De tweede is een catchy en geniaal geschreven nummer, maar naar de tekst luisterend vermoede ik toch dat The Stripes misschien iets te zoetsappig voor mij zouden zijn. Ik had beter moeten weten. Als ik het na het beluisteren van “Satisfaction” en “Paint It Black” van The Rolling Stones ook voor gezien had gehouden, zou ik mijn all-time favourite band nooit ontdekt hebben. In beide gevallen heb ik blijkbaar mijn vader nodig gehad om tot inzicht te komen. The Stones zijn dan misschien de grootste Rock & Roll-band allertijden. The Stripes zijn de grootste van dit moment.

In de documentaire wordt al snel duidelijk dat je eigenlijk nauwelijk van een band kan spreken. Ze zijn slechts een duo bestaande uit Jack en Meg White en eerstgenoemde is het grote brein achter het geheel. De muziek en het imago van de band wordt tot in den treure geregiseerd door Jack en de film lijkt hierop geen uitzondering. Deze is evenals de platenhoezen en podiumverschijning van het duo geheel in rode, zwarte en witte tinten. Gedurende de film krijg je bijna medelijden met Meg, die in veel opzichten slechts over komt als een drummende marionet. Met een beetje geluk is zij in de gehele film één minuut aan het woord en daarvan is ook nog eens de helft ondertiteld, omdat ze zo verschrikkelijk zacht praat. In de loop van de film wordt echter zichtbaar dat het tweetal een ongrijpbare maar speciale band heeft. Een band die in de laatste scene prachig in beeld wordt gebracht door de maker. Jack speelt het nummer “White Moon” op een grote vleugel in een verlaten hotel-lobby. Naast hem zit een zichtbaar ontroerde Meg. Voor het eerst in de film krijg je het gevoel dat Jack de regie niet meer in handen heeft. Onhandig troost hij Meg. Dit is echt. The White Stripes zijn echt.

Voor zowel kenners als leken op het gebied van The White Stripes is deze film een absolute aanrader. Voor de laatste en in mijn ogen mooiste scene moet je de documentaire in zijn geheel bekijken en om die reden hieronder een ander fragment; de geweldige vertolking van het nummer “Jolene” van Dolly Parton.

José González – In Our Nature

In Our Nature

In Our Nature is na het succesvolle Veneer (2003) het tweede studio album van deze Argentijnse Zweed. Na hem live te hebben mogen bewonderen in de stadsschouwburg te Groningen was er voor mij reden genoeg om dit album blind te kopen. Gewapend met slechts een accoustische gitaar en bijgestaan door twee percussionisten bezorgde hij de schouwburg en mij kippenvel. Voor de kenners van het eerste album zal dit vervolg in eerste instantie klinken als veel van hetzelfde en eigenlijk is het ook niet heel veel meer dan dat. In het geval je het eerste album goed vond, zoals ik, heb je in dit geval geen reden tot klagen.

Het geheel borduurt rustig voort op zijn vorige productie; zweverige en melancholische klanken worden vergezeld door korte repeterende songtekesten en zorgen dat je voor heel even kan wegduizelen in gedachte. De nadruk ligt wel op het woord even, aangezien het album evenals zijn voorganger slecht een half uur duurt.  Tien nummers lang blijft het album, ook door de korte duur, interessant en stelt het geen enkel moment telleur. In tegenstelling tot Veneer staan er op dit album echter geen echte uitschieters, als “Slow Moves” en “Crosses” op het eerstgenoemde. Wel tovert hij wederom een bestaand nummer, in navolging van het nummer “Heartbeats” van The Knife, op fabuleuze wijze om in iets eigens. Ditmaal het nummer “Teardrop” van Massive Attack.

Over-all een meer dan goed album dat op de automatische piloot gekocht kan worden indien zijn eerste album in goede aarde viel!